Bij het appartement
Eerst maar even mijn Griekse taalles. Ik probeer de kassabon van vanochtend te ontcijferen. Ik had verwacht dat ik er wel enigszins wijs uit zou kunnen worden, maar dat valt vies tegen. Het blijft geheimtaal.
De Belgen zijn ook weer thuis. Het is een vrolijk stel. Ze maken een zeer actieve indruk. Ze begroeten ons altijd heel beschaafd.
Ze drinken Ouzo, met een sigaretje. Ze rusten uit van hun tochtje. Ze hebben altijd een boekje en een plattegrond bij zich. En een uitdraai van Internet. Je kunt het zien van aan de bovenkant van de print, en aan de tekst in blauw, maar soms ook een alinea rood. Ze hebben thuis een kleurenprinter.
Ik word bespied door een te dik jongetje en een te dik meisje. Ze zitten met hun ouders in het appartement hierboven. Het meisje heeft krullend blond haar. Als ze genoeg heeft gezien, probeert ze haar broertje mee te trekken. Ik kijk op, hij voelt zich betrapt, houdt op met staren en loopt weg. De stoere knul!
De Belgen zitten samen de krant te lezen. Hij heeft een leesbril op. Zij heeft de krant meegenomen toen ze boodschappen ging doen. Als ze iets bijzonders leest, leest ze het ook aan hem voor. Omgekeerd doet hij dat niet. Hij leest de sporteditie.
Het zoontje van de ober was aan het spelen met een bellenblazer. Hij probeerde het zelf, maar het is veel leuker als de ober het doet en hij achter de bellen aan kan rennen. Het kereltje moest eigenlijk naar bed, maar dat is blijkbaar niet gelukt.
(Foto Inge Tanja)
Een man loopt de zee in. Hij heeft een harpoengeweer en ook nog iets roods bij zich. Ongeveer de dikte van een zwemband, maar dan het formaat van een boei, rood met de letters SUB. Op één van de uiteinden zit een soort torentje met een wit vlaggetje. Maar het torentje ligt opzij in het water, nooit richt het zich op. Een beetje een mislukking.
Ze heeft geen strandspullen bij zich. Ze heeft een rode blouse met roesjes, niet echt modern meer. De zwarte korte broek is niet versleten, maar ook niet echt netjes. Haar schoenen passen meer op de boulevard, wel gemakkelijk om een eindje mee te lopen, maar het zijn geen strandschoenen.
Hij is een zeer stevige, kale, stoere man. Iets gezet, maar zonder tattoo’s. De man heeft veel aandacht voor de vrouw die links van hem ligt. Een Aziatisch mensje met zwart haar. Ze is een scharminkel, heel dun en traag bewegend. Als een hoertje, aan heroïne verslaaft, vaak in elkaar gemept, maar nu uit het leven gestapt. Of gehaald, dat is waarschijnlijk meer van toepassing. Als ze rookt, bungelt haar sigaret los in haar mondhoek. Uit het leven, het leven eruit. De andere vrouw bemoeit zich nergens mee. Ze gaat als vanzelfsprekend haar gang. Ze leest een boek en houdt het zo omhoog, dat het een schaduw over haar ogen werpt.
Op het terras van het café draaien ze popmuziek, jaren zeventig, maar dan in het Grieks. De serveerster veegt de vloer aan. Ze weet dat ik Heineken met pinda’s wil bestellen. In gedachten voorzie ik dat de verveelde Griek naar me toe komt voor een praatje. Ik ga zitten zuigen om hem te laten zeggen dat hij onverschillig en vervelend is. De radio draait een droevig liedje.
Je staat aan de hemelpoort en Petrus vraagt:
Ik zie een vrouw op het strand die soms onverwacht van haar strandbed springt en wild om zich heen slaat. Het is Inge, die schrikt van het zoveelste insect dat haar belaagd. Groene strontvliegen die op je gaan zitten, maar ondertussen wel prikken en zich aan je vastzuigen. Grote hommels werpen slagschaduwen over haar heen, maar die doen op zich niks. Nu slaat ze mij ook, met haar Margriet.
Sonja en Peter hebben net als wij vorig jaar op Korfoe gezeild. Nu komen we ze toevallig weer tegen. Sonja kon al zeilen, Peter nog niet. Ze herinneren zich nog steeds het marifoonverkeer van die keer dat wij in een zware onweersbui terecht waren gekomen. De motor deed het niet. Ik stond aan het roer en hield de boot met de kop in de wind. Inge hing aan de giek met haar armen om het grootzeil, zeilbandjes vergeten.
Ze waren nogal op zichzelf, Sonja en Peter. Op Paxos is hun schip bijna vergaan. Hun anker ging krabben, ze dreigden op de rotsen te slaan. Maar natuurlijk kwam het goed, hoewel Sonja haar vingers blesseerde toen deze verstrikt raakten in de ankerketting.
Op het terras zitten alleen maar Nederlanders. De meeste komen om een biertje te drinken. Het is nog geen etenstijd. Naast me zit een kleuter, een meisje van twee jaar, met haar ouders. Ze praten kinderachtig tegen het meisje. Stompzinnig klinkt het, alsof ze niet helemaal goed zijn. Dat wordt er weer één met een taalachterstand.
Ik trek me terug in de badkamer. Na de ochtendplas werp ik een blik op de kleur. Niet donkergeel. Maar ook niet kristal helder. Ik zou iets meer water moeten drinken. De kraan aan en slaap uit mijn ogen spoelen en wrijven. Soms zitten mijn ogen bijna dichtgeplakt. Ik maak mijn gezicht nat om te scheren. Eerst de slapen en daarna van beneden naar boven, mijn hals tot aan de kin.
We worden gestoord in ons ochtendslaapje op het strand. Het is Bert, zonder zijn vrouw. Hij moest even van haar gedag zeggen, om te vertellen dat ze vanochtend naar het ziekenhuis zijn geweest. Ze kon niet meer op haar been staan vannacht. Ze hebben in haar in het ziekenhuis aangeraden om een paar dagen niet erop te lopen. Dus is ze niet ingetaped en ook niet voorzien van krukken. Vanochtend was ze van slag, maar nu gaat het wel weer, vertelt Bert.
Gisteren hebben we met Kees en Annette gegeten. Lekker, bij de Orea Karpathos. Een Grieks familierestaurant: man, zijn vrouw en een zwager. Op mijn verzoek inspelend, hadden ze een mooi plekje voor ons gereserveerd.
We waren toe aan de evaluatie van de retraite. Iedereen zei diepzinnige dingen over hoe ze het allemaal ervaren hadden. Toen ik aan de beurt was om mijn zegje te doen, begonnen er een paar op voorhand al te grinniken. Ze wisten natuurlijk wel dat die hele retraite allemaal onzin was, maar durfden er het niet belachelijk te maken. Van mij verwachten ze dat wel.
Ik kwam dichterbij. Dit was een man, ongeveer zestig, met een goedige uitstraling, een toerist zoals hij gekleed gaat. Korte beige broek, blauw polo-shirt en sandalen. Een beetje kalend en grijs, maar op zich een nette verschijning. Hij deed zo nonchalant mogelijk, maar stond op een plek waar je niks te staan hebt. Bovendien had hij een pastic tas bij zich.
De eerste groep nieuwkomers, bejaarden, liggen voor ons. Zes mensen, drie stellen waarvan er één uit de toon valt, maar toch aansluiting heeft gevonden. Hebben ze hetzelfde hotel? Zaten ze toevallig naast elkaar in het vliegtuig? Komen ze uit dezelfde stad? We weten het niet. De andere twee echtparen zijn bekenden van elkaar. In het openbaar roddelen ze over Jan en alleman, alle gezamenlijke kennissen worden doorgenomen. Ze gaan dan ook als vanzelfsprekend met elkaar eten, bij Taverna Limanaki. Het andere stel mag niet samen met de andere vier eten, maar ze gaan ook naar Limanaki.
Groep twee is ook een sextet, opa en oma, twee jongens en twee meiden. Waar de vorige groep misschien een beetje volks is, is deze groep asociaal. Vooral de jongens dan. Zwarte zwembroeken, een wild bos haar op het hoofd, en een bierbuik. Kopieën van elkaar, zonder dat het tweelingen zijn.
Ze kijkt op van haar boekje en probeert een gesprek op te vangen dat een paar strandstoelen verderop plaatsvindt. Haar man blijft verveelt voor zich uit staren, vol in de zon liggend. Zij leest weer verder, nog één keer kijkt ze op, maar het gesprek van zonet is geëindigd.
We staan vanochtend op van onze nieuwe bedden. Ik heb heerlijk geslapen, lig om acht uur nog lekker te ronken als Inge me wakker roept. Ze zit me aan te kijken, al helemaal opgefrist. Inge is al een uur op. Hard bed, vier mensen die om kwart over twee 's nachts afscheid van elkaar nemen, vuilniswagens 's ochtendsvroeg en nog zo wat van die treurigheid. Het vrouwtje heeft niet goed geslapen.
Kees en Annette hebben gisteren een wandeltocht gemaakt. Over de heuvels achter de kerkjes. Als we Kees zien lopen, is het een oud mannetje. Maar hij heeft ook een pedometer, dus blijkbaar heeft hij er wel lol in.
Kees leest de Volkskrant. Het is toch wel een ontwikkelde man. Hij neemt namelijk ook de buitenlandpagina door. Allemaal ellende natuurlijk. De intifada van Palastijnse jongeren en Schröder die de buitenissigheden van zijn ministers laat lopen. Kees is inmiddels bij het economische nieuws. KPN, zo'n mooi staatsbedrijf, inmiddels staat de koers al onder de 3 euro. Wanhopig op zoek naar een fusie of overnamepartner.
Nu nog het volgende probleem: hoe komt onze bagage van Romantica naar Embassy? Thuis dacht Inge dat we dat kleine stukje wel zouden kunnen wandelen. Maar daar hoor ik al een paar dagen niks meer over.
Naast ons zit een beetje een ondefinieerbaar, onschuldig vrouwtje. U kent het wel, een beetje sexloos, het is een vrouwtje, maar ze kleed zich als een jongetje, zelfs met pet, een witte, met Karpathos in hard blauw. Ze zal geen vlieg kwaad doen en ze is zich van geen kwaad bewust.
Foto’s maken in de zee. Aquafoto’s. Kodak heeft het mogelijk gemaakt, dankzij een waterdichte wegwerpcamera. Binnen een uur heb ik 27 opnames gemaakt. Geen idee of het iets is geworden. Misschien is het wel een grijze brei met stipjes, waarvan ik er zelf bij moet vertellen dat het reusachtig grote vissen waren.
Zonder plan ben ik aan het fotograferen geslagen. Begonnen met de blauwe waterschoentjes van Inge omringd door een tiental vissen, tot en met een veld met pluizige wollen zeegras, met op de achtergrond de onmetelijke zee.
Ik probeer me voor de geest te halen welke foto’s ik allemaal gemaakt heb, maar het blijft een grote verrassing. Ik heb geprobeerd om de kleuren te vangen. Van de grillige, geelgroene rotsen onder water, verlaten zwarte waterschoen maat 43, een paar blauwe waterschoentjes met vrouwenbenen, een halve, rode zeester, een zwarte vis met gele ogen. Dat was het zo’n beetje, geen pastelkleuren.
Quasi nonchalant komt hij langs. Alleen een blauwe zwembroek aan, model sportbroek, met de zakken buiten boord, witte. Hij loopt keurig rechtop, met een klein buikje, quasi nonchalant, niet een patserloopje. Een beetje verwarde haardos completeert het geheel. Hij murmelt voortdurend iets. Je ziet zijn mond een klein beetje bewegen, zonder geluid nog. Over een paar jaar is het een in zichzelf pratende gek.
Ooit heb ik eens gelezen dat er op het eind van de Middellandse zee nog ongeveer 10 cm verschil is tussen eb en vloed. En wat blijkt, het is echt waar! Zonder twijfel, want zelf proefondervindelijk getest. Het rotsblok in de zee, zelf neergelegd, steekt tegen de avond exact 10 cm hoger uit het water dan ’s ochtends.
Boeddhisten zijn van methode en regelmaat. Zazen, het zitten, is de methode. 25 minuten zitten, 5 minuten rust, 25 minuten zitten etc... de regelmaat. Het is niet meer en niet minder. Niks geen wijsheden, alleen maar zitten.
Janwillem van de Wetering heeft me weer een illusie armer gemaakt. In de Zen-meditatie werkt men met koans. Een koan is een raadsel dat een Zen-meester zijn leerlingen meegeeft om op te lossen. Dit oplossen gaat niet met gewone logica, maar door jarenlange meditatie je eindelijk het juiste antwoord ziet. Koans zijn bedacht in China om lastige leerlingen iets te doen te geven. Janwillem van de Wetering heeft tien jaar met zijn eerste koan rondgelopen.
Als je de eerste koan oplost, gaat de volgende een stuk eenvoudiger, omdat je langzaam door begint te krijgen hoe je volgens Zen moet redeneren. Een koan maakt dat je je als boeddhist nooit hoeft te vervelen. Als je niet weet wat je zou moeten doen is er altijd nog de koan.
De koan voor vandaag luidt: "Heeft een hond ook de boeddha-natuur? Als je ja of nee zegt, verlies je de boeddha-natuur". Ik ben druk aan de studie sinds gistermiddag. Ook toen ik vannacht even wakker werd, schoot me de koan te binnen. Dus het werkt wel!
Ze zijn net als wij op donderdag aangekomen, met Dutchbird, de opvolger van Air Holland. Twee uur vertraging omdat twee passagiers wel waren ingechecked, maar niet ingestapt. Dat betekent dat hun koffers, die natuurlijk allang aan boord zijn, opgezocht moeten worden, want uit veiligheidsoverwegingen vertrekt het vliegtuig anders niet. Iedereen in het vliegtuig had er flink de balen van. Ze waren op de hoogte gebracht door de purser (zo heet hij toch).
- "Zal ik je even kloppen?", vraagt ze. Een techniek uit de fysiotherapie om het slijm uit de longen los te maken. Terwijl ze ritmisch op mijn borst begint te slaan, loopt een mevrouw over de vlonder voorbij, haar man volgt op een paar meter afstand. Geschokt blijft ze staan. Haar mond valt open bij het zien van ons. Ik moet er om lachen, wijs Inge op haar. Inge kijkt ook om, maar de mevrouw blijft maar kijken, de mond open. Inge moet ook lachen. De man op de vlonder ook.
De Joodse jongen heeft vandaag schoenen aan, egaal blauwe. -"Hij heeft verbrande voetzolen", zegt Inge. Het zal wel. Nu is hij druk bezig om verbrande billen te krijgen. De Joodse jongen heeft zijn broek in zijn bilnaad gepropt.
De Joodse jongen heeft ontzettend dik, dicht, zwart, kortgeknipt haar. Met bakkebaarden. Samen met zijn vriendin is het een modern stel, vindt Inge. De Joodse jongen heeft soms een hoed op, zo'n slappe groene, als een safariganger. Hij doet me denken aan Robert Redford in 'Out of Africa'.
Van de 8 mensen waar ik zicht op heb, zitten er 6 te lezen, meestal in de schaduw van de parasol. 1 ligt te zonnen en een beetje te dutten. De laatste die overblijft eet een broodje. Iedereen zwijgt. Het is twaalf uur. De zon heeft zijn hoogste punt bereikt. We worden allemaal een beetje sloom. De Oudere Griek en zijn vriendin zijn ze klaar met zwemmen. Ze trekken allebei een droge zwembroek aan. Ze zitten nooit aan elkaar. Gelukkig maar.
Ik heb mijn buikspieroefeningen gedaan, volgens de instructies van Inge. Dus hakken in het strandbed drukken en half omhoog komen. Het is zeer effectief want het doet geweldig pijn. Helaas trekt al het overtollige buikvet zich dan samen op een hoopje bovenop de aangespannen buikspieren. Geen aantrekkelijk gezicht. Maar ja, het is voor een goed doel zullen we maar zeggen. Inge slaapt en heeft er niks van gemerkt.
- "Het wordt minder", zegt Inge als ze mijn laatste stukje heeft gelezen. We moeten er samen om lachen. Ik weet wel wat ze bedoelt. Ze houdt eigenlijk meer van roddels op papier. Absurde beschrijvingen, speculaties over mensen die vlak bij ons op het strand liggen. Zoals de Nederlanders voor ons, waarvan hij HP/ De Tijd leest met een stuk over de dood van Sylvia Milikan. 'Moedwil & Misverstand' heet het artikel, zo dicht liggen we bij elkaar.
